Een goudkoorts, of gold rush vindt plaats wanneer in een gebied waar zich geen bekende grote goudaders bevinden toch grote goudvondsten worden gedaan. De geschiedenis leert dat vaak na zulke grote vondsten een grote volksverhuizing van arbeiders en gelukszoekers tot stand komt.

Van de 17e eeuw tot de 19e eeuw zijn er verschillende goudkoortsen geweest op vrijwel elk continent van de wereld (behalve Europa). De bekendste gold rushes vonden plaats in Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Australië.

Goudkoorts Californië (1848-1855)

Californische goudkoortsDe goudkoorts in de Amerikaanse staat Californië duurde van 1848 tot 1855 en leidde tot een massale emigratie van gelukszoekers naar deze zuidelijke staat.

De goudkoorts in Californië begon op 24 januari 1848 toen James Wilson Marshall goud vond vlakbij het kleine dorpje Sutter’s Mill. Het nieuws ging als een lopend vuurtje door heel Amerika en later de rest van de wereld.

Naar schatting trokken 300.000 gelukszoekers naar Californië in de hoop snel rijk te kunnen worden. De eerste goudzoekers, ook wel “forty-niners” genoemd (als referentie naar het jaar 1849), kwamen per zeilboot en in huifkarren aan.

In eerste instantie werd het meeste goud gewonnen door te goudpannen in rivierbeddingen. Gedurende de goudkoorts bedacht men nieuwe methodes deze werden later wereldwijd overgenomen.

Door de goudkoorts kwamen er grote veranderingen in Californië, kleine dorpjes groeiden snel uit tot grote steden en er kwamen veel nieuwe dorpen en steden bij. Zo groeide San Francisco tussen 1847 en 1870 van een dorpje met 500 inwoners tot een stad met 150.000 inwoners.

Voor vooral de indianen waren de gevolgen van de goudkoorts nadelig. De ziektes die de vele goudzoekers meenamen verspreidden zich ook snel onder de indianen. Ook werden de indianen vaak van hun grond verdreven en aangevallen, dit resulteerde vaak in geweldadige conflicten.

Ook na de grote gold rush bleef Californië onlosmakelijk verbonden met goud. De staat wordt gezien als een plek voor een nieuw begin en waar hard werken iemand grote rijkdom kan opleveren.

Klondike goudkoorts (1896)

Klondike goudkoortsIn Bonanza Creek vlakbij Dawson City in Yukon, Canada werd in 1896 goud gevonden. Toen de mijnwerkers in Seattle kwamen met hun goud in 1897 vertrokken duizenden gelukszoekers naar de regio Klondike in Yukon.

Door deze grote volksverhuizing veranderde Dawson City binnen een paar maanden van klein dorpje naar een grote stad met meer dan 40.000 inwoners.

Men kon op twee manieren naar de Klondike afreizen, via land of over zee. Wanneer men over land ging kwam je dwars door Brittish-Columbia, over zee ging men via de Inside Passage (vaarroute tussen eilanden voor de westkust van Canada).

Verreweg de meeste goudzoekers kwamen over zee, nadat ze aankwamen in Skagway in Alaska moesten ze de Chilkoot pas oversteken. Wanneer men over de pas was bouwde men een vlot om via de Yukon River in Dawson City aan te komen.

Het makkelijke goud was snel verdwenen, waarna veel goudzoekers naar Nome, Alaska vertrokken toen daar goud werd gevonden in 1899.

Overige goudkoortsen

•Ouro Prêto, Brazilië (vanaf 1692)
•Bushiriba, Aruba (vanaf 1824)
•Siberië (vanaf 1838)
•Australië (1851-1853)
•Colorado-territorium, VS (vanaf 1859)
•Black Hills, Deadwood, South Dakota, VS (vanaf 1874)
•Witwatersrand, Zuid-Afrika (vanaf 1884)